Introductie
De samenleving in de gehele wereld draait op dit moment hoofdzakelijk
op energie die gewonnen wordt uit fossiele brandstoffen: aardolie, aardgas
en steenkolen. Fossiele brandstoffen zijn de grondstof voor de productie
van bijvoorbeeld benzine of autogas. Ook energiecentrales leveren elektriciteit
die nu nog voornamelijk wordt opgewekt door het verstoken van aardolie,
aardgas en steenkolen.
Hoewel de nu bekende voorraden van aardgas en aardolie nog toereikend
zijn voor enkele tientallen jaren, zullen de meeste voorraden in de loop
van de 21ste eeuw uitgeput raken. Als er niet gezocht gaat worden naar
alternatieve energiebronnen, dan zullen de energieprijzen steeds verder
stijgen. Tevens zal Nederland steeds afhankelijker worden van buitenlandse
leveranciers. En doordat de energieconsumptie in de wereld naar verwachting
zal blijven groeien in de komende decennia, zal er steeds meer vraag komen
naar energiebronnen.
Een ander nadeel van het toenemende gebruik van fossiele brandstoffen
is dat de uitstoot van schadelijke gassen toeneemt. Fossiele brandstoffen
zorgen met name voor de uitstoot van CO2, dat het broeikaseffect versterkt.
Ook de uitstoot van stikstofoxiden en zwaveldioxide geeft veel problemen
doordat deze zorgen voor verzuring van lucht, water en bodem. Het gebruik
van duurzame energie- en brandstoffenbronnen vermindert de uitstoot van
schadelijke stoffen.
Er bestaan diverse alternatieven voor fossiele brandstoffen, zoals kernenergie,
duurzame energie ('groene energie') en het gebruik van biobrandstoffen. Het grote probleem
bij kernenergie is dat de elektriciteit die wordt gewonnen door deze methode
in principe schoon is, maar het radio-actief afval dat kerncentrales produceren
zorgt voor moeilijk oplosbare problemen met betrekking tot de opslag.
Duurzame energie wordt geput uit hernieuwbare, oftewel 'onuitputtelijke'
bronnen, zoals bijvoorbeeld zon en wind en biomassa. De belangrijkste
bronnen van duurzame energie in de Nederlandse energievoorziening vormen
biomassa en omgevingswarmte. Biobrandstoffen worden geproduceerd uit producten
van biologische oorsprong, zoals bijvoorbeeld suikerbieten (voor de productie
van bio-ethanol) of koolzaad (voor de productie van biodiesel).
Economische redenen
Omdat de voorraad fossiele brandstoffen uitgeput zal raken, is het nu
al belangrijk om te investeren in duurzame energie- en brandstofbronnen.
Sinds de brandstofprijzen in de eerste jaren van de 21e eeuw enorm zijn
gestegen neemt de vraag naar het gebruik van biobrandstoffen toe. Met uitzondering van biogas, zijn biobrandstoffen echter duurder dan fossiele. In Nederland is er geen algemene vrijstelling of verlaging van accijns voor biobrandstoffen. Wel worden er voor bepaalde projecten vrijstellingen verleend voor een gelimiteerd aantal liters.
Doordat de hoeveelheid accijns die moet worden afgedragen voor fossiele brandstoffen en biobrandstoffen gelijk zijn, en gezien het feit dat je met biobrandstoffen een lagere energie-inhoud hebt dan met fossiele brandstoffen -je kunt dus minder ver rijden op een volle tank-, is het echter voor de meeste mensen nog niet rendabel om biobrandstoffen te tanken.
Diverse organisaties en adviesbureaus pleiten daarom voor een neutrale accijns. Daarmee wordt bedoeld dat accijns wordt geheven op de energie-inhoud van de brandstof. Men betaalt dan bijvoorbeeld geen 40 cent accijns per liter voor biodiesel maar 36 of 37 cent per liter, waardoor de weggebruiker per km evenveel kwijt is. Met neutrale accijns kunnen biobrandstoffen beter concurreren met fossiele brandstoffen. Als de overheid neutrale accijns heft op biodiesel dan dalen ook de prijzen van gewone, bijgemengde diesel aan de pomp (bron: Van de Geijn Partners).
Meer informatie:
Wat
zijn duurzame energie- en brandstofbronnen?
Duurzame energie- en brandstofbronnen komen voort uit 'hernieuwbare' bron.
Dat wil zeggen dat de winning ervan niet leidt tot het uitputten van een
voorraad. Tussen de energiebronnen is er nog onderscheid te maken in werkelijk
duurzame bronnen, zoals onder andere wind- en zonne-energie (natuurstroom)
en energie uit snel hernieuwbare bronnen (biomassa). Bij het verbruik van
biomassa komt wel CO2 vrij, maar er kunnen steeds weer opnieuw energiegewassen
worden geteeld die CO2 binden. De voorraad aan biomassa is dan ook in principe
onuitputtelijk.
Duurzame energie
Voor het opwekken van energie zijn twee vormen te onderscheiden. Allereerst
zijn er bronnen van duurzame energie die elektriciteit opwekken. Bedoeld
worden energiebronnen als windenergie, (fotovoltaïsche) zonne-energie,
waterkracht en bio-energie (uit biomassa). Daarnaast zijn er bronnen van
duurzame energie die warmte produceren. Te denken valt hierbij aan aardwarmte,
(thermische) zonne-energie en warmtepompen (omgevingsenergie).
Momenteel wordt 3% van de Nederlandse energievoorraad gewonnen uit duurzame
bronnen. De overheid streeft ernaar om dit percentage in 2020 te laten
oplopen tot 10%.
Lees meer over duurzame energie in de pagina Duurzame-energie.
Biobrandstoffen
Biobrandstoffen zijn alle brandstoffen van biologische oorsprong.
Biobrandstoffen kunnen fossiele brandstoffen zoals benzine of diesel vervangen.
Er zijn diverse soorten biobrandstof te onderscheiden, zoals bio-ethanol
(kan onder andere van suikerbieten worden geproduceerd) voor benzineauto's
en biodiesel (onder andere koolzaadolie) voor dieselauto's. Daarnaast
kunnen auto's rijden op gas wat is verkregen uit plantaardig materiaal.
Volgens de Europese richtlijn zou 2% van
de energie-inhoud van fossiele brandstoffen uit biobrandstoffen moeten
bestaan in het jaar 2005, oplopend tot 5,75% in 2010. Deze percentages
zijn streefwaarden en gelden voor de gehele Europese Unie. Minister Cramer van het ministerie van VROM maakte op 13 oktober 2008 in een brief aan de tweede kamer officieel bekend de Nederlandse norm voor bijmenging te zullen stellen op 3,75% in 2009 en 4% in 2010.
Lees meer over
biobrandstoffen in de pagina Biobrandstoffen.
De boer als energie- en
biobrandstoffenteler
Nu het gebruik van biobrandstoffen en bio-energie een steeds hogere vlucht
begint te nemen door de recente ontwikkelingen, geeft dit voor de agrarische
sector nieuwe mogelijkheden en afzetkanalen door de teelt van energiegewassen
voor de productie van biobrandstoffen en duurzame energie. Wat tevens
perspectief biedt voor de sector is dat de productie van bijvoorbeeld
ethanol ervoor kan zorgen dat de prijzen van suikerbieten en graan op
een hoog niveau blijven.
Meer informatie over de mogelijkheden van de teelt van energiegewassen
is terug te vinden in de pagina De boer
als energie- en biobrandstoffenteler.
Duurzame
energie en het gebruik in de agrarische sector
Duurzame energie wordt in toenemende mate toegepast in de land-
en tuinbouw.
Voor agrariërs bestaan legio kansen om duurzame energie toe te passen.
Op waterkracht na behoort voor deze doelgroep elke optie tot de mogelijkheden.
Voor landbouwers en veehouders zijn met name windenergie, bio-energie
en warmtepompen interessant. Maar ook zonne-energie, bijvoorbeeld een
zonnepaneel op de melktank, wordt al toegepast. Voor de glastuinbouw liggen
er kansen op het gebied van warmtepompen in combinatie met aquifers (grondwaterbekkens
voor energieopslag), windenergie en bio-energie.
Lees meer over dit onderwerp op de pagina duurzame
energie in de agrarische sector in het Agriholland dossier Energie
in de agrarische sector.
Knelpunten
in het gebruik
Een keuze voor duurzame energie heeft bepaalde nadelen. Vaak is duurzame
energie duurder dan fossiele energie, maar ook op andere gebieden kunnen
bezwaren ontstaan.
Veel gemeenten zijn terughoudend bij het toekennen van bouwvergunningen
van windenergieparken, omdat dit de horizon vervuilt. Meer zonnecellen
op daken zorgen voor minder visuele afwisseling in woonwijken.
Automobilisten kunnen in Nederland nog maar op weinig plaatsen terecht
voor het tanken van biobrandstoffen. Begin 2009 waren er zo'n 45 plaatsen in Nederland waar er biobrandstoffen konden worden getankt. Zie voor een overzicht van deze tankstations de website www.biotanken.nl.
Meer informatie:
Maatregelen
om het gebruik te stimuleren
De overheid wil het gebruik van duurzame energie en biobrandstoffen stimuleren
doormiddel van verschillende maatregelen.
Stimuleren van duurzame energie
De Nederlandse overheid steekt geld in onderzoek en ontwikkeling van duurzame
energie. Voor diverse projecten zijn subsidies beschikbaar gesteld aan
bedrijven en onderzoeksinstellingen. Met de onderzoeken wordt geprobeerd
om de technologie waarmee duurzame energie wordt gewonnen te verbeteren.
Daarmee moet de toepassing van duurzame energie op grote schaal mogelijk
gemaakt worden.
Energiebedrijven bieden consumenten aan om, tegen geringe extra kosten,
groene stroom te gebruiken, in plaats van normale stroom. Het energiebedrijf
belooft dan dat het huishouden energie geleverd krijgt die gewonnen is
uit duurzame energiebronnen. Als huishoudens groene energie gebruiken,
hoeft de milieubelasting over de maandelijkse energierekening, de Ecotax,
niet betaald te worden. Subsidies als de VAMIL (Vrije Afschrijving Milieu-Investeringen),
de MIA (Milieu-investeringsaftrek) en de EIA (Energie-investeringsaftrek)
maken het voor bedrijven aantrekkelijk om duurzame energie te gebruiken
in het bedrijf.
Ten slotte wil de overheid bestuurlijke knelpunten wegnemen die het invoeren
van duurzame energie kunnen dwarsbomen. Zo zullen gemeenten minder makkelijk
dan vroeger de plaatsing van windturbines kunnen tegenhouden doordat het
rijk, provincies en gemeenten in 2001 een Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling
van Windenergie (BLOW) hebben ondertekend. Met dit convenant streven de
betrokken partijen naar een verhoging van de Nederlandse energie-opbrengst
door windmolens tot 1500 MW in 2010. In maart van 2009 bleek dat er al meer dan 2200 MW aan wind-energie is gerealiseerd, waarmee het convenant een groot succes blijkt te zijn (bron: Wind Service Holland).
De regels met betrekking tot verbranding van biomassa zullen ook worden
versoepeld door biomassa niet zozeer als afval, maar als brandstof te
beschouwen.
Meer informatie:
Overzicht van het Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling van Windenergie (BLOW)